Wat reizen met je doet
Het is vroeg als we bij de tempel aankomen in Sidhbari, een klein plaatsje net onder Dharamsala in Noord-India. Pim en ik hebben ons die ochtend geregistreerd met ons paspoort, twee pasfoto’s en tien rupees, omgerekend nog geen vijftien cent, en gekregen wat we nodig hebben: een toegangskaartje en een oude FM-radio voor de vertaling. Geen telefoon mee, geen camera, alleen onszelf, een flesje water en de verwachting dat we misschien, als alles meezit, een glimp zullen opvangen van de man die ik al jaren wilde zien. Binnen zitten honderden monniken in rijen op de grond. We vinden een plek op ongeveer twaalf meter van de stoel voorin en gaan zitten. De monniken mediteren al. Op een gegeven moment denk ik hem te zien, maar zijn stoel staat leeg en hij zit zo laag bij de monniken dat ik denk dat ik het me inbeeld. Na drie kwartier staat iedereen op. En dan zie ik het pas. Hij had er de hele tijd al gezeten, laag bij de grond, bijna onzichtbaar vanuit onze hoek. His Holiness the Dalai Lama. Met zijn vriendelijke glimlach staat hij op, loopt weg onder begeleiding en zwaait naar onze kant. Ik kon het me niet voorstellen dat ik zo dichtbij zat. Zijn aanwezigheid in dat kleine bergdorp gaf een rust in mijn lijf die ik nog nooit zo had meegemaakt.

Acht jaar later, een FM-radio
Acht jaar eerder stond ik voor het eerst voor het Potalapaleis in Lhasa. Ik was 26 en reisde al maanden samen met vriendinnen via de Transmongolische Express door Rusland en Mongolië naar China en Tibet. Die reis was niet zomaar een route. Het was de reis waar ik al jaren van droomde, gevoed door boeken over China, verhalen over de Zijderoute en vooral door mijn fascinatie voor Tibet en de Dalai Lama. Toen we vanaf het station Lhasa binnenreden en het Potalapaleis zagen liggen tegen de berg, had ik zo’n moment waarop je even niet weet of je kijkt naar een plek of naar een beeld dat al jaren in je hoofd bestond. Voor het paleis zag ik mensen bidden op de keien. Ze begonnen aan het begin van de straat, hurkten neer, strekten hun armen uit, gingen plat op de grond liggen, stonden weer op en deden twee centimeter verder precies hetzelfde. De hele dag door. Na drie uur waren ze halverwege de straat. Ik stond ernaar te kijken en wist niet goed wat ik zag. Niet het ritueel, want daar had ik over gelezen, maar de toewijding. Het absolute vertrouwen dat wat je doet betekenis heeft, ook als je het resultaat niet ziet. Daar, voor het Potalapaleis van de Dalai Lama, wist ik dat ik hem ooit wilde zien en les wilde volgen. Niet als vinkje op een lijst, maar omdat Tibet iets in mij had aangeraakt. Later tijdens diezelfde reis in India kwam het er niet van. De wens liet ik los.

Je moest er blijkbaar gewoon zijn
In 2015 reisde ik opnieuw door India, dit keer met Pim. Inmiddels werkte ik als toerismestrateeg. Tijdens die reis hield ik de agenda van de Dalai Lama in de gaten. Er stonden geen lessen in Dharamsala gepland, dus ik had me erbij neergelegd dat ik hier ooit speciaal voor zou moeten terugkomen. Op onze eerste avond in Dharamsala vertelde een medewerker van het hotel dat hij er was. Twee dagen geleden was hij begonnen met lesgeven in de Gyuto Ramoche tempel in Sidhbari en de volgende dag zou de laatste les zijn. Achteraf bleek dat de aankondiging een week eerder was gedaan, maar niet op zijn publieke website en niet in de kranten. Je moest er blijkbaar gewoon zijn om het te weten.
Vijf uur zaten we op de grond in die tempel. De Dalai Lama sprak urenlang over Tibetaanse boeddhistische teksten. Hij maakte tussendoor grappen en het gelach van honderden monniken golfde al door de ruimte voordat wij via onze FM-radio begrepen waarom. Een aantal keer liet ik de woorden gaan. Toen ik even de tempel verliet, zag ik buiten nog meer monniken in hun rode en gele gewaden op het gras rondom het gebouw zitten, de les volgend via luidsprekers. De rust, de stilte, honderden mensen samen in stilte. Dit was de wens die ik jaren eerder had losgelaten. En nu stond ik hier.
Reizen leert je minder zwart-wit kijken
Dat is wat reizen met je doet. Via omwegen, ontmoetingen en momenten waarop je niet anders kunt dan loslaten wat je dacht te weten. Reizen heeft mij niet laten vluchten. Het heeft mij geleerd dat er niet één waarheid is. Mensen overal ter wereld hebben met dezelfde grote dingen te maken: liefde, verlies, hoop, familie, geloof en veiligheid. Maar de manier waarop ze daarmee omgaan, wordt gevormd door cultuur, religie, natuur, geschiedenis en de plek waar ze zijn geboren. Door al die gesprekken, gebruiken, achtergronden en zienswijzen ben ik niet minder uitgesproken geworden, maar wel minder zwart-wit. Of misschien beter gezegd: grijzer. Niet vaag, maar gelaagder.
Als ik reis, kies ik bewust voor het onbekende. India, Socotra, Bhutan. Plekken waar je uit je bubbel stapt en ineens midden in iemands leven staat. In Bhutan zorgden mijn gids Ugyen en chauffeur Jamyang niet alleen voor een vlekkeloze logistiek, maar gaven ze ook een inkijk in hun dagelijks leven, hun dromen, families en waarden. Ugyen moest tijdens de reis regelmatig wachten omdat ik onderweg bleef fotograferen. Terloops begon ik hem tips te geven over compositie en belichting. Maanden later zag ik op Facebook hoe hij stapje voor stapje meer was gaan fotograferen. Nu deelt hij zijn eigen beelden. Iets wat ik gewoon vond, bleek voor hem een nieuwe manier van kijken te zijn. Dat is wat reizen me geeft en wat ik er zelf ook aan geef: gesprekken die bijblijven, uitwisseling die in beide richtingen werkt, het besef van hoe verbonden we allemaal zijn. Die uitwisseling is ook wat ik zie als drijfveer achter identiteitsreizen.
Jezelf vinden begint bij de ander
Mensen reizen niet alleen meer om iets te zien, maar om iets over zichzelf te begrijpen. Dat is niet nieuw — pelgrimages bestaan al eeuwen — maar in een tijd waarin veel mensen zoeken naar richting, vertraging en verbinding krijgt reizen opnieuw een persoonlijke laag.
Voor mij is identiteit geen profiel, doelgroep of etiket. Identiteit ontstaat niet doordat je jezelf centraal zet, maar doordat je merkt hoe je reageert op de wereld om je heen: op de mensen die je ontmoet, de plekken waar je je thuis voelt of juist niet, de rituelen die je begrijpt en de gebruiken die je ongemakkelijk maken.In Azië heb ik dat het sterkst gevoeld. Het is mijn favoriete werelddeel vanwege de mensen, de culturen, de spiritualiteit en de manier waarop veel samenlevingen nog vanzelfsprekender verweven zijn met natuur, familie en gemeenschap. India is daarin mijn favoriete land, niet omdat het gemakkelijk is, maar juist omdat het dat niet is. India laat zich niet controleren. Je moet voelen, schakelen, vertrouwen op je zintuigen, op de blik van iemand, op de energie van een straat. Bhutan doet iets anders met je. Vanaf het moment dat ik er binnenstapte, voelde ik dat ik deel werd van iets wat verder ging dan een toeristisch verhaal. Hoe langer ik er bleef, hoe meer ik mijn eigen prioriteiten begon te heroverwegen. Dat zijn vermogens die we in het Westen soms zijn kwijtgeraakt.
Je kunt transformatie niet beloven
Precies daar wordt het voor bestemmingen interessant. Bestemmingen kunnen inspelen op de behoefte aan betekenis, maar ze moeten oppassen dat ze betekenis niet verpakken als product. Echte transformatie laat zich niet beloven. Wat ik in mijn werk keer op keer zie: een bestemming ziet zelf niet meer wat uniek is, omdat het voor hen zo gewoon is geworden. Ze zoeken naar vernieuwing of kijken naar wat concurrenten doen. Terwijl het verhaal veel dichterbij zit dan gedacht. Als je dat weet te vinden en slim weet te combineren met de marketing van deze tijd, dan heb je magie. Identiteitsreizen worden pas interessant als ze niet alleen gaan over jezelf vinden, maar ook over leren zien waar jij onderdeel van bent. Niet de reiziger centraal, maar de relatie tussen de reiziger en de plek. Zodat de mensen die die plek dragen ook profiteren van de aandacht die hun cultuur, landschap of levenswijze oproept.
Wat je doorgeeft
Die wederkerigheid probeer ik ook thuis door te geven. Sinds ik moeder ben, is daar een laag bijgekomen. Mijn kinderen reizen mee naar plekken waar andere ouders soms vraagtekens bij zetten. Niet ondanks hun leeftijd, maar juist vanwege hun leeftijd. Kinderen kijken zonder filter. Ze spelen met andere kinderen zonder eerst te bedenken welke taal die spreken, welk geloof ze hebben of uit welk systeem ze komen. Tegelijkertijd dwingt reizen met kinderen mij om de wereld opnieuw uit te leggen. Waarom mensen anders bidden. Waarom sommige kinderen minder hebben. Waarom natuur op de ene plek heilig is en op de andere plek beschermd moet worden. Waarom wij ergens te gast zijn en ons dus moeten aanpassen. Dat maakt reizen niet alleen een persoonlijke ervaring, maar ook een manier van opvoeden.
Honderd landen, en nog steeds niet klaar met kijken
Deze zomer reizen we met het gezin naar Noord-Macedonië en Bulgarije. Bulgarije wordt mijn officiële honderdste VN-land. Ik kijk ernaar uit. Niet omdat ik weet wat het me gaat brengen, maar juist omdat ik na al die landen weet dat de betekenis pas onderweg ontstaat. Wat ik wel weet, is dat de mooiste momenten van twintig jaar reizen nooit de momenten waren die ik had gepland. Ze waren de momenten waarop ik stopte met zoeken en zag wat er al was. Voor het Potalapaleis, waar mensen centimeter voor centimeter bewogen vanuit een vertrouwen dat groter was dan woorden. In de tempel in Sidhbari, waar ik dacht dat ik nog wachtte op zijn komst, terwijl hij er al die tijd al zat. Misschien is dat uiteindelijk wat reizen met je doet. Het leert je niet alleen nieuwe plekken zien. Het leert je opnieuw kijken naar jezelf, naar anderen en naar de wereld waar je onderdeel van bent.
Isabel Mosk is toerismestrateeg en oprichter van Sherpa’s Stories. Ze werkte voor meer dan 50 bestemmingen wereldwijd en adviseert organisaties op het gebied van toerismetrends, strategie, positionering en storytelling.
Fotocredits bij alle beelden: www.dalailama.com