Amsterdam verhoogt de toeristenbelasting. Maar welk probleem lost dat op?
Strategie

Amsterdam verhoogt de toeristenbelasting. Maar welk probleem lost dat op?

Amsterdam verhoogt de toeristenbelasting. Maar welk probleem lost dat op?

De nieuwe Amsterdamse coalitie wil de toeristenbelasting in 2027 verhogen van 12,5 naar 16 procent. Daarna komt er ieder jaar één procentpunt bij, tot 20 procent in 2031. De gemeenteraad moet deze tarieven nog formeel vaststellen. Het is een forse verhoging, maar de interessantste vraag is niet of 20 procent hoog is. De echte vraag is welk toeristisch gedrag Amsterdam hiermee wil veranderen.

De coalitie zegt dat bezoekers meer moeten bijdragen aan een schone, veilige en leefbare stad. Tegelijk moet de maatregel de toeristische druk helpen verminderen. Dat zijn allebei verdedigbare doelen, maar inkomsten genereren en bezoekersstromen sturen zijn niet hetzelfde. Dat is precies waar de redenering van de coalitie onder druk komt te staan.

De opbrengst is al berekend

In het coalitieakkoord staat precies hoeveel de belastingverhoging moet opleveren: 60 miljoen euro extra in 2027, oplopend tot 75 miljoen in 2030. Over vier jaar rekent de coalitie op 270 miljoen euro. De financiële tabel is ingevuld. Welk gedrag precies moet veranderen, staat er niet in.

Het akkoord vermeldt niet hoeveel bezoekers of overnachtingen door de belasting zouden moeten verdwijnen. Ook staat er niet welke bezoekerssegmenten naar verwachting anders gaan boeken, welke delen van de stad rustiger moeten worden of wanneer de maatregel succesvol is. Daarmee is de verhoging in de eerste plaats een belangrijke inkomstenmaatregel. Daar hoeft Amsterdam niet omheen te draaien: bezoekers gebruiken de openbare ruimte en gemeentelijke voorzieningen en mogen daaraan bijdragen.

Maar een belasting die veel geld oplevert, is nog niet automatisch effectief toerismebeleid. Als het aantal belaste overnachtingen sterk daalt, kan dat bovendien de geraamde inkomsten raken. En wanneer hotels een deel van de heffing via lagere kamerprijzen zelf opvangen, daalt vooral hun marge, terwijl de gast niet de volledige prijsprikkel voelt.

Buitenlands onderzoek geeft geen eenvoudig antwoord

Wie beweert dat toeristen door zo’n belasting massaal wegblijven, loopt vooruit op het bewijs. Hetzelfde geldt voor wie zegt dat de heffing geen enkel effect zal hebben. Een recente studie naar Manchester vond na invoering van een bijdrage van één pond per kamer per nacht geen statistisch significant effect op verkochte kamers, kamerprijzen, bezetting of kameropbrengsten.

Dat onderzoek is relevant, maar beperkt vergelijkbaar met Amsterdam. Één pond per kamer is iets anders dan een heffing van 16 tot uiteindelijk 20 procent. Bovendien werd de bijdrage in Manchester door de hotelsector georganiseerd en gebruikt om de bezoekerseconomie te ondersteunen.

Amsterdam liet dit ook voor de eigen markt onderzoeken. Uit gemeentelijk onderzoek dat de raad in 2023 ontving, leidt een verhoging met één procentpunt naar verwachting tot 125.000 minder overnachtingen per jaar. Effectief ontmoedigen vraagt volgens datzelfde onderzoek om een verdrievoudiging van het tarief. Ondertussen groeide het aantal overnachtingen in 2024 naar een nieuw record van 22,9 miljoen, terwijl Amsterdam al de hoogste toeristenbelasting van Europa had. De coalitie weet dit en heeft bewust gekozen voor een combinatie van maatregelen waarvan de belasting er één is. De vraag blijft dan wel hoe die combinatie achteraf getoetst wordt.

Ook internationale literatuurreviews komen niet tot een simpel antwoord. Goede causale effectevaluaties zijn schaars en de uitkomst hangt af van de hoogte en vorm van de belasting, de aantrekkingskracht van de bestemming, de concurrentie met omliggende plaatsen en het type bezoeker. Een stedentripper, congresorganisator, hostelgast en bezoeker van een vijfsterrenhotel reageren niet noodzakelijk hetzelfde op een prijsstijging. Vóór corona lag het aandeel zakelijke hotelovernachtingen aanzienlijk hoger; in 2025 was dat nog ruim 16 procent. Terwijl internationale zakenreizen wereldwijd inmiddels volledig zijn hersteld, stagneert Amsterdam in dat segment. Een ontwikkeling die al vóór deze belastingverhoging inzette en die door de cumulatieve lastendruk verder onder druk komt te staan.

Inclusief de btw-verhoging naar 21 procent loopt de totale belastingdruk op een Amsterdamse overnachting in 2031 op naar circa 41 procent, een niveau zonder precedent onder vergelijkbare Europese stedelijke bestemmingen.

Minder Amsterdamse overnachtingen zijn niet automatisch minder bezoekers

Een mogelijke reactie op de hogere belasting is dat bezoekers buiten Amsterdam gaan slapen en de stad overdag alsnog bezoeken. Die bezoekersstroom bestaat nu al. In een enquête van Onderzoek en Statistiek uit 2024, uitgevoerd op zes drukke locaties, bestond 22 procent van de ondervraagde toeristische dagbezoekers uit buitenlandse gasten die elders in Nederland overnachtten. Dit percentage is geen stadsbrede telling. Het laat wel zien dat de plaats waar iemand slaapt niet dezelfde hoeft te zijn als de plaats waar iemand drukte veroorzaakt of geld uitgeeft.

Ook buitenlandse bestedingen zijn sterk in het centrum geconcentreerd. In 2023 vond 59 procent van de transacties met buitenlandse betaalpassen in stadsdeel Centrum plaats, terwijl daar 35 procent van de Amsterdamse hotelbedden stond. Hotels in Haarlemmermeer, Zaanstad, Amstelveen of Almere kunnen dus overnachtingen winnen, terwijl Amsterdam het bezoek en de drukte behoudt. Wie alleen Amsterdamse hotelovernachtingen meet, kan een regionale verplaatsing gemakkelijk aanzien voor minder toerisme.

De bezoekersgroei was al voorzien

De Amsterdamse prognose uit mei 2025 verwachtte voor 2027 tussen 23,9 en 27,9 miljoen toeristische overnachtingen. De nieuwste prognose, gepubliceerd op 29 mei 2026, komt voor 2028 uit op 25,0 tot 29,4 miljoen. Het coalitieakkoord werd pas op 3 juni gepresenteerd en is daarin niet meegenomen. De prognose zegt niets over het effect van de belasting, maar laat wel zien dat de verwachte groei aanzienlijk is.

Het akkoord bevat meer dan een belasting

De coalitie wil ook zeecruises uit Amsterdam weren, de vermakelijkhedenretributie mogelijk verbreden, panden in de binnenstad verwerven en transformeren, functies uitkopen en de vergunningsplicht uitbreiden. Anders dan een belasting grijpen deze maatregelen direct in op wat er in de stad mogelijk is: niet op de prijs, maar op het aanbod zelf.

Tegelijk investeert Amsterdam in kunst, cultuur, festivals, clubs, nachtcultuur, ARTIS en betere regionale bereikbaarheid. Dat hoeft niet tegenstrijdig te zijn. Een stad kan schadelijke drukte willen terugdringen en tegelijkertijd culturele en zakelijke bezoekers verwelkomen. Maar dan moet zij wel duidelijk maken welke bezoekerseconomie zij nastreeft.

Promotie stoppen is geen vraag stoppen

Stadspromotie gericht op toeristen stopt en de bijdrage aan Amsterdam&Partners wordt verlaagd. Dat klinkt logisch voor een wereldberoemde stad die geen bekendheidsprobleem heeft. Amsterdam wordt echter ook gepromoot door luchtvaartmaatschappijen, reisplatforms, influencers, evenementen en de bezoekers zelf. De internationale vraag verdwijnt niet wanneer de gemeente stopt met adverteren.

Maar het grotere probleem zit elders. Amsterdam&Partners doet meer dan toeristen werven. De organisatie verbindt belanghebbenden, bewoners, bedrijven en overheid, helpt bezoekersstromen en gedrag sturen, organiseert onderzoek en bestemmingsontwikkeling, en is ingericht om te zorgen dat belastingopbrengsten transparant en gericht worden besteed. Niet als promotiebureau, maar als destination management organisatie.

Het akkoord zegt meer te willen samenwerken met bewoners, ondernemers en kennisinstellingen. Maar wie organiseert die samenwerking, verzamelt de gegevens en bewaakt de samenhang? Door de bijdrage aan Amsterdam&Partners te verlagen, haalt de coalitie juist het instrument weg dat haar eigen beleidsdoelen zou kunnen realiseren.

Amsterdam heeft cijfers nodig én een toets

Amsterdam beschikt al over veel toerismedata. De gemeente volgt gasten, overnachtingen, verblijfsduur, dagbezoek, vakantieverhuur, werkgelegenheid, bestedingen en de toeristische draagkracht van wijken. Wat in het coalitieakkoord ontbreekt, is een vooraf vastgelegde openbare effecttoets.

Die zou niet alleen moeten kijken naar belastingopbrengsten en Amsterdamse overnachtingen, maar ook naar hotelprijzen, bezetting, verblijfsduur, zakelijke boekingen, overnachtingen in omliggende gemeenten en vervoersbewegingen. Daarnaast moet vooraf worden vastgelegd wat de belastingverhoging moet bijdragen aan de vermindering van drukte, overlast en bewonersbeleving in de zwaarst belaste gebieden. De metingen zijn er. Maar niemand heeft vooraf vastgelegd wat déze belastingverhoging moet opleveren.

Een belasting is nog geen strategie

Amsterdam hoeft zich niet te verontschuldigen voor een belasting die geld oplevert. Maar de stad moet inkomstenbeleid niet verwarren met bestemmingsmanagement. Een toerismestrategie benoemt welke bezoekersstromen moeten veranderen, welke instrumenten daarvoor worden gebruikt en welk resultaat wordt verwacht. Zij kijkt niet alleen naar hotelovernachtingen binnen de gemeentegrens, maar ook naar regionaal verblijf, dagbezoek, gedrag en ruimtelijke concentratie.

De instrumenten zijn bekend: capaciteitssturing, segmentgerichte programmering, regionale spreiding van aanbod en vraag, en transparante besteding van belastingopbrengsten gekoppeld aan meetbare doelen. De vraag is niet wát er moet gebeuren, maar wie het organiseert en mét wie. Een denktank vanuit verschillende invalshoeken, bewoners, sector, wetenschap, overheid en bezoekers, is geen luxe maar een voorwaarde. Zonder dat blijft beleid een optelsom van deelbelangen.

Voorlopig is één uitkomst hard: de coalitie rekent op honderden miljoenen euro’s extra. Of Amsterdam daar rustiger en leefbaarder van wordt, is nog geen conclusie. Het is een hypothese. De gemeente gaat er financieel op vooruit. De vraag is of de stad dat ook doet.

Dit artikel is gebaseerd op het Amsterdamse coalitieakkoord 2026-2030, publicaties van Onderzoek en Statistiek Amsterdam, gemeentelijk onderzoek naar prijselasticiteit (2023), internationaal onderzoek naar toeristenbelastingen en de Bezoekersprognose Amsterdam 2026-2028 (O&S, mei 2026).

Andere artikelen